Diederik Samson

Weblog Trouw deel 4: Geluk, pessimisme en de politiek

31 juli 2008

Op de simpele vraag ‘Bent u een gelukkig mens’ antwoordt 82% van de Nederlanders positief. Dat was twee jaar geleden nog 80%. Het gaat dus bizar goed in dit land en – nog mooier – het gaat zelfs steeds beter. Maar gek genoeg voelen we dat helemaal niet zo. De oplettende lezer van deze rubriek op de trouwsite had het natuurlijk al gezien: het chagrijn spat in de reacties van de monitor.

 

Maar ook in officiële enquêtes vindt een grote meerderheid (64%) dat het de verkeerde kant opgaat met het land. Daarmee zijn we uniek in Europa: heel gelukkig met ons eigen leven, maar zeer pessimistisch over ‘de samenleving’.

Onderzoekers, maar zeker ook politici breken zich het hoofd over deze merkwaardige gemoedstoestand in Nederland. Balkenende riep enkele maanden vertwijfeld dat ‘Nederlanders maar eens wat minder moeten klagen’’. Ik geloof niet dat een oproep daartoe veel uithaalt. En ze is ook niet helemaal terecht.

De sleutel ligt uiteindelijk toch bij ons, bij de politiek. Het blijkt ook uit de onderzoeken dat mensen dat van ons verwachten. Dat lukt overigens niet door alleen populaire maatregelen te nemen. Een dergelijke politiek bestaat niet. Zo wilde één van de reageerders vandaag dat we ophielden met ‘belastingen heffen’ en ‘gewoon opkomen voor de zwakkeren’. Mooi gevonden. Maar hoe wil je  opkomen voor de zwakkeren als er geen geld voor is?

Maar politici kunnen wél het voortouw nemen in een visie die weer vertrouwen inboezemt. Dat is hard nodig. De uitdagingen waar we voor staan zijn immens en maken angstig. De financiële crisis en oprukkende globalisering toont de kwetsbaarheid van onze economie aan en oprakende brandstofvoorraden doen ons vrezen voor de toekomst van onze kinderen.

De primaire reactie is dat we ‘mee moeten in concurrentiestrijd met lage lonenlanden als China en India’: dat betekent lagere winstbelastingen, flexibeler ontslag en slechtere arbeidsvoorwaarden. Het is een tot mislukken gedoemde strategie. Op die manier helpen we de basis van onze gelukkige samenleving om zeep en het zal ons alsnog niet helpen in de concurrentie met China en India. Twee keer verloren.

Maar we kunnen wél concurreren op andere terreinen: op vindingrijkheid, op duurzaamheid. Voor onze kust ligt het grootste stuk ondiepe zee van alle Europese landen, daar valt een schat aan duurzame energie te winnen. Onze afsluitdijk is de langste zoet-zout-waterscheiding van de wereld. Uit die scheiding valt het equivalent van 3 grote kolencentrales aan stroom te winnen. Dat zijn nog maar twee voorbeelden uit de vele mogelijkheden die we hebben om het voortouw te nemen en van Nederland de schoonste en slimste economie te maken. Investeringen in deze technieken zijn immers niet alleen goed voor ons milieu, maar ook voor de economie, onze banen en daarmee onze concurrentiepositie. We staan op een tweesprong: Geven we toe aan het pessimisme en breken we af wat we hebben opgebouwd? Of maken we van Nederland een baken in Europa en de wereld op het gebied van duurzaamheid en innovatie en nemen we daarmee onze eigen toekomst weer in de hand? Ik zou het wel weten.